Uw vereniging is van plan om een nieuw hockeyveld aan te leggen en u bent benieuwd naar de mogelijkheden. Wat weet u van de verschillende typen velden en bent u bekend met de eisen voor de inrichting van een kunstgrasveld? Er zijn drie typen velden die gebruikt kunnen worden volgens de richtlijnen van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB). Welk veld geschikt is voor uw vereniging en hoe u dit veld speelklaar maakt leest u in dit blog.

Soorten hockeyvelden

Er zijn drie typen hockeyvelden die gebruikt worden door verenigingen die zijn aangesloten bij de KNHB. Het zandveld, het semi-waterveld en het waterveld, waarbij het eerste type veld de minste is om hockeytechnische redenen. Watervelden moeten beregend worden en kunnen dan bespeeld worden, waarbij het water zorgt voor een hoge balsnelheid en voorspelbare balbewegingen. Ook neemt de kans op blessures af door de vering dat het kunstgras biedt. De KNHB adviseert verenigingen dan ook altijd om voor watervelden te gaan, mits dit financieel haalbaar is. In de hogere klassen van het amateurhockey komen semi-watervelden en zandvelden steeds minder meer voor. Wel worden semi-watervelden vaak gebruikt als aanvulling op een hoofdveld met waterkunstgras. Op deze velden wordt getraind en door de jeugd gespeeld. Welke type veld voor uw vereniging het meest geschikt is, is dus afhankelijk van uw gebruiksdoelen en mogelijkheden.

Hockeyveld markering

Een contrasterende kleur is belangrijk bij de markering van een hockeyveld

Eisen en wensen voor inrichting

De KNHB heeft een aantal eisen opgesteld waaraan een kunstgras moet voldoen om in aanmerking te komen voor wedstrijden in competitieverband. Water- en semi-watervelden worden ieder zesde en achtste jaar onderzocht en gekeurd door de KNHB, om vast te stellen of aan alle eisen wordt voldaan. Wat betreft het speeloppervlak gelden een paar duidelijke regels: het speelveld, inclusief uitloop, dient te worden uitgevoerd in één en dezelfde constructie, er mogen geen open naden in het oppervlak voorkomen en de belijning moet aaneengesloten, egaal van kleur, strak en zichtbaar zijn in een kleur die duidelijk contrasteert met het veld. Rondom het speelveld moet sprake zijn van een obstakelvrije zone van minimaal vier meter achter de achterlijn en twee meter naast de zijlijn. De afmetingen van doelen en de bevestiging van de doelnetten staan ook beschreven in de reglementen van de KNHB. Verder zijn er veiligheidsreglementen die voorschrijven hoe de speelveldafzetting eruit moet komen te zien en of de plaatsing van een ballenvanger noodzakelijk is. Ook reclameborden en dug-outs moeten aan enkele eisen voldoen.

Denk aan de belijning

Belangrijk voor ieder sportveld is uiteraard de belijning. Hiermee wordt voor sporters, officials, technische staf en publiek duidelijk waar bepaalde grenzen van het speelveld of delen van het speelveld liggen. Alle lijnen op een hockeyveld zijn 7,5 centimeter breed. De zijlijnen zijn 91,40 meter lang en de achterlijnen zijn 55,00 meter lang. Verder worden lijnen getrokken om de middenlijn, de 23 meterlijnen en de slagcirkels te markeren. Tot slot worden de strafbalstippen geplaatst en worden markeringen aangebracht om duidelijk te maken waar de doelen precies geplaatst moeten worden. De lijnen moeten geel of wit zijn, zodat deze in duidelijk contrast met de velden zijn. Deze lijnen moeten goed zichtbaar blijven, ook bij intensief gebruik. Vraag een professioneel bedrijf om deze belijningen aan te leggen, zij hebben hier meer ervaring mee en weten precies welk materiaal gebruikt moeten worden.